­

"Wij geloven dat vanuit de liefde

Gods elk mens waardevol is"

VrijburgDoor het team van de Vrijburg kerk in Amsterdam wordt
dagelijks een Corona bemoediging gepubliceerd.

Ik vond de volgende bijdrage erg mooi: 
https://www.vrijburg.nl/blog-35-liefde-in-tijden-van-corona-bijdrage-van-claartje-kruijff/


jochemsenDe paus heeft opgeroepen om op woensdag 25 maart om 12.00u wereldwijd het Onze Vader te bidden. De week daarvoor, op woensdag 18 maart, was de nationale dag van gebed. Vele kerken geven gehoor aan de oproep van de landelijke Raad van Kerken (een breed netwerk waar veel kerkverbanden bij zijn aangesloten) om op woensdag om 19.00u te klokken te luiden. Klokken van troost en hoop in deze onzekere tijden. Ook hier in Maarn klinken deze klokken.

Deze onzekere - misschien ook wel bange - tijd doet ons bidden. Nu we massaal thuis moeten blijven en onze wereld klein geworden is, voelen we ons op onszelf teruggeworpen. Verwachten we wonderen van ons bidden? Dat denk ik niet direct. Maar wel dat God ons nabij is, ons niet in de steek laat.

En daar mogen we op vertrouwen. God is God mét ons. God is Ik ben die er zijn zal.  Ook in deze crisis.
ds. Mariëlle Jochemsen

Johannes 11: 4Toen zei hij (Jezus) hun ronduit: ‘Lazarus is gestorven, 15en om jullie ben ik blij dat ik er niet bij was: nu kunnen jullie tot geloof komen. Laten we dan nu naar hem toe gaan.’ 16Tomas (dat betekent ‘tweeling’) zei tegen de anderen: ‘Laten ook wij maar gaan, om met hem te sterven.’

Het zijn moeilijke tijden. Mensen willen Jezus stenigen. De leerlingen van Jezus voelen de druk. Als het verzoek van Marta en Maria komt om naar Betanië te komen, omdat Lazarus ziek is, zeggen de leerlingen: laten we het niet doen. Het gevaar is te groot. Betanië ligt in Judea, dichtbij Jeruzalem. Jezus reageert met de opmerking dat de ziekte tot eer van God zal zijn. Toch gaat hij niet onmiddellijk naar Betanië. Hij wacht nog twee dagen. Zijn leerlingen halen opgelucht adem. Maar dan opeens zegt hij: Laten we gaan. Tomas reageert verrassend: Laten ook wij maar gaan, om met hem te sterven.

Om met hem te sterven: Is het cynisme? Is het fatalisme? Er zijn verschillende manier om met druk om te gaan. Cynisme is er een van. Fatalisme is er een van. Worden we ziek, dan worden we ziek. En alle voorzichtigheid laten we varen. Tomas is een van ons. Met hem doorleven we alle menselijke emoties. Het lijkt zijn rol te zijn. We kennen hem vooral als een ongelovige. Als Jezus dood is en hij niet bij Jezus’ verschijning aanwezig is, uit hij zijn twijfel. Hij wil en kan het niet geloven dat zijn Heer is opgestaan. Hij moet de wonden voelen. Zijn handen in Jezus’ zij leggen. Tomas wordt de eerste in het Johannesevangelie die lijden en dood met de opgestane verbindt.

Het heeft geen zin emoties te onderdrukken. In een tijd van crisis horen alle emoties erbij. Tomas gaat ons voor, ook in zijn weg met Jezus. Meer dan anderen heeft hij het lijden tot zich door laten dringen. Misschien beter dan anderen heeft hij daardoor ervaren dat de lijdende de opgestane is, dat midden in het lijden nieuwe toekomst gloort. Ziekte en dood horen bij dit leven. We worden er met de neus opgedrukt. Het lijden is deel van dit leven. Maar in geloof mogen we zeggen, dat het lijden een einde heeft, dat er met Pasen een nieuw begin is, ook al zien we dat soms niet. Juist in deze tijd is het goed naar Pasen toe te leven en elkaar te bemoedigen: de Heer is waarlijk opgestaan. Midden in de dood mogen wij getuigen van leven.

ds Trinette (W.T.V.) Verhoeven - classis predikant Utrecht

TIJD VAN INKEER

geelsHet corona-virus heeft veel invloed op ons leven, zo stelt Tina Geels. Het zorgt er onder andere voor dat we nu kunnen reflecteren op de wereld om ons heen. 

Het coronavirus confronteert ons keihard met onszelf, een wereld vastgelopen,
afgemat en uitgeput. Iedereen heeft het er over.

Zo deelden we onze gevoelens ook van de week bij de Lutherse kerk. Een van ons zei: 'Als een trein die ineens stil staat, niemand weet waarom maar gaat wel met elkaar in gesprek. Het maakt veel los, ook nieuwe solidariteit.'
Een ander zei: 'Ik vind het ook eng, ik weet niet hoe ik hiermee om moet gaan.'
 
Ik was benieuwd hoe de jongeren er mee bezig waren. Zij waren vooral laconiek. Het zal wel weer voorbij gaan. Scholen dicht was toen nog niet aan de orde. Hun reacties, ook nu nogal heftig, raakten mij. Ze zijn vol hoop en goede moed.

Die nacht kwam het beeld bij me op van de raaf die met een groen takje terugkomt bij de ark van Noach, na 40 dagen ronddobberen op het water van de woeste vloed. Het is een heel oud verhaal. Het donkere water staat symbool voor chaos, losgeslagen zijn zonder richting. Ongegeneerd hamsteren in tijden van nood hoort daar ook bij.

Mensen doen maar wat… ook nu. Geven zij zelf ook toe in het NOS journaal.
De oude beelden van de boot, de ark en de vloed- het groene  takje in de snavel
van de raaf, gaat over ons. Juist nu-  

Daarom leg ik de woorden uit Psalm 91 ernaast.

De nacht valt met haar spoken, wees niet bang.
Nieuwe morgen, weer een dag – wees niet bang.
Koorts gloeit aan in de middag, pest waait rond in het donker,
wees niet bang… god van me op jou bouw ik.

Woorden waar je bij op adem kunt komen, waar je even bij kunt schuilen.
Woorden, niet verzonnen maar geleefd. Woorden die zoveel mensen houvast hebben gegeven voor onderweg, voor als de controle wegvalt.  In de samenleving buiten maar ook binnen in ons kan de wildernis je ongelukkig maken.

Heb je geen richting in je leven, leef je maar van dag tot dag op goed geluk?
Of, weet je het allemaal niet meer zo precies, ga je dingen vergeten? Ook onze binnenwereld kan van slag zijn. Niet netjes je emoties op een rij maar alles door elkaar. Chaos, daarom maar liever eenvoud, duidelijkheid- buiten om mij heen.
Ook onze binnenwereld wordt gespiegeld in die oude verhalen van toen.

Woestijn als beeld van leegte en dood- maar ook als beeld van nieuw begin.
Grondtoon in heel de Bijbel-  Steeds met veertig als terugkerend refrein:
in de leerschool van het leven. De verhalen hebben vanouds al die lagen in zich waar wij hier nu naar verwijzen. sociaal en persoonlijk, buiten en binnen.
Het is zo één groot verhaal van bevrijding geworden.

Veertig met Noach en de vloed, het groene takje als nieuw begin van leven. Mozes met zijn groep zwervers door de woestijn op weg naar een leven in vrijheid, het beloofde land.

Dit allemaal klinkt mee als we Jezus volgen op zijn weg in de wildernis, ook als leerschool bedoeld. Na veertig dagen en veertig nachten is hij uitgeput. Kwetsbaar als hij dan is, wordt hij op de proef gesteld met rare vragen. Kom doe nog eens een kunstje, als je de zoon van God bent. Je weet het toch zo goed, nou dan!

Verloren, spookbeelden waarmee Jezus onderuit wordt gehaald. Hopeloos alleen, verlaten in de wildernis buiten en in hem. Zo eng dat je je van alles in je hoofd gaat halen. De nieuwe wildernis is oud, we kennen haar allemaal, diep in ons. De verzoekingen waar Jezus aan bloot staat gaan ook over jou en mij.
Elkaar wegzetten in een beeld wat niet klopt: je weet het toch zo goed.
Stemmen van mensen om je heen, stemmen ook in jezelf. Je wordt onderuit gehaald en je hebt geen verweer.
Angstig kijk je om je heen …

De wildernis is nieuw, dichtbij in de wereld om ons heen.  Op de eilanden in Griekenland, waar de wanhoop toeneemt. Wat is daar nog hun houvast, een teken van nieuw leven? En nu dichtbij huis iedereen heeft het erover. Wat moet je doen?
Relax zeggen de jongeren, en ze zijn supergoed op de hoogte. Ze zijn zelf als dat ene groene takje in de snavel van de raaf….

Plagen waaien aan je tent voorbij …
Hij beveelt uit de hemel zijn boden, dat zij waken over al je wegen, dat zij jou op handen dragen.  Het is als een gebed ook voor elkaar.

Daarom word je uitgenodigd om een geestelijk leven opnieuw serieus te nemen.
Deze tijd van inkeer is een kans: hoe wil ik mijzelf verhouden tot wat er allemaal gebeurt? Waar sta ikzelf?
En misschien ben je zelf een groen takje voor een ander zonder dat je het beseft.
Een teken, een bode, een engel onderweg. Open durven staan, met lege handen,
maakt de kans groter dat je zelf de tekens gaat verstaan.

Ik denk aan ons vertrek uit het klooster een paar weken geleden. In de storm van die nacht was een flinke dennenboom precies tussen twee van onze auto’s omgewaaid. De foto staat in de laatste Nieuwsbrief. Een engel op ons pad, vond mijn medepassagier onderweg naar huis. Ja, er was iets bijzonders aan dit voorval maar ik vul dat niet verder in. Wel was ook ik even aangeraakt door dat 'meer', wat mijn leven voedt en draagt.
De tekens onderweg zijn talrijk, teer en klein in de chaos van ons bestaan. Als een groen takje in de winter van de vloed, als een stem van hoop. Een engel als een bode, als een boodschapper van de overkant.

Nee, het geloof gaat onze kwetsbaarheid niet oplossen. Geloof als tovertruc, zeker niet. Geloof als vertrouwen in elkaar, als nieuwe solidariteit, gaat ons wel helpen een pad te vinden in de nieuwe wildernis. Geloven is dan vertrouwen in de dingen die er (nog) niet zijn. Dat is men wel ooit God gaan noemen, iets aan onszelf voorbij. Niet als concept maar als weten diep van binnen, dat wij aan elkaar gegeven zijn.

Geen veilig pad om langs te gaan
geen plek geen been om op te staan
geen rost om op te bouwen,
geen bron die uit de rotsen breekt
geen bloed dat stuwt, geen hart dat speekt,
geen ziel om in te schouwen.
Geen gulden regel, rond getal
geen laatst gericht in dit heelal
onwrikbaar onbewogen.
Maar mensen die verminkt en klein
ontheemd, ontkend toch mensen zijn
roepend om mededogen…
uit: (zangen van zoeken en zien 176: 2, tekst Huub Oosterhuis)

Geen veilig pad wel een kompas, dat ons oog traint voor een groen twijgje in de winter…

Tina Geels
Voorganger van de Vrijzinnigen in Delft

­