­

"Wij geloven dat vanuit de liefde

Gods elk mens waardevol is"

40dagenIn Bijbelse taal is “dood” niet alleen het biologische einde van het leven,
maar het omvat al die vormen waar “dood” mee te maken heeft:
mensen kunnen doodongelukkig zijn, doodsbang, terechtgekomen op
een doodlopende weg, met de dood in het hart leven, dodelijk eenzaam zijn....
Wie van ons kent niet zulke doodsgebieden in het bestaan.
Wij mensen, samen op weg...                            
Ik denk aan het verhaal uit Lucas 7, waar een rouwstoet in Nain op weg is.
Een weduwe heeft haar zoon verloren. Groot verdriet.               
Bij de stadspoort ontmoeten ze een andere stoet: Jezus loopt daar met zijn leerlingen.
Twee stoeten ontmoeten elkaar, die van de dood en die van de Opstanding!
Die eerste stoet hoort bij ons, bij onze wereld, bij mensen die vast zitten in één of andere vorm van dood.        
Die andere stoet is die van de Paasmens!                                                                       
Wij zijn de lijdensweken binnen gegaan, op weg naar Pasen.                Het is ons verhaal!
Wat me opvalt is dat Jezus niet de dode jongen aanraakt, maar de baar!
Dat is datgene waarop mensen alle dood met zich ronddragen, waaraan ze zich ook
kunnen vertillen, want dragen en gaande blijven is vaak heel zwaar.                         
De stoet van de dood loopt Jezus tegen het lijf, de Paasmens, die de doodlopende weg doorbreekt
en tegen de jongen op de baar zegt: “kom overeind in de kracht van de levende Heer en zijn Woord!”            
Opstandingstaal grijpt boven ons uit, is geënt op het geloof in de toekomst van God,
die ons in Jezus is aangezegd om hier en nu uit te leven!

                                                                                                                                                       Betty Holtrop

Hoeveel woorden zouden op een dag mensen met elkaar spreken, hoeveel zou er worden afgepraat, thuis, op straat, in winkels, op het werk..? Wezenlijke- en niet wezenlijke gesprekken, lege en geladen woorden, zakelijke en emotionele woorden…en hoeveel zou er gezwegen worden, omdat woorden misschien te kort schieten?  En tenslotte, tussen alle praten en zwijgen door zijn er de woorden, die alleen maar tastende aanduidingen zijn, pogingen om het onzegbare tóch te zeggen en het onbereikbare tóch te grijpen.  Woorden kunnen in elk woordenboek staan, maar de vermelde betekenis hoeft niet altijd te kloppen, want soms is onze lading vol met gevoelens, belevingen en de betekenis is veel genuanceerder dan wat daar in het woordenboek staat. Bij mooie muziek kan je genieten van de klankkleur, maar dat kan niet want klanken hebben geen kleur en zijn onzichtbaar. Daarom is luisteren naar iemand die je iets vertelt zo belangrijk en moeilijk, omdat je signalen moet opvangen in woorden of gebaren die tastenderwijs worden uitgesproken.

Een beeldje op een Kerkplein…

Enige tijd geleden, toen ik naar “Tijd voor Max” keek, kwam “Raad de plaats” aan de orde en zag ik ineens het Kerkplein van Olstbeeld4 met het beeld van de bekende Utrechtse beeldhouwer Pieter d’Hont. Het verraste me, want hoe vaak was ik daar niet langs gelopen gedurende de vele jaren dat ik in Olst woonde en werkte.  Het vrouwenbeeldje wordt door de Olstenaren “Vrouw met duif” genoemd en bij Google “Vrouw metbeeld3 vogel”!  Maar ook destijds, toen ik er woonde, heb ik geprobeerd om uit te leggen wat de beeldhouwer had bedoeld met dit beeldje naast de Kerk, dat hij noemde “Vorm en Geest”, zoals ook geschreven staat op het koperen plaatje op de sokkel Een vrouw met een duif op haar hand is niet zo spannend, zou je zeggen. Maar de spanning ontstaat pas wanneer je de beeldtaal begrijpt en wanneer duidelijk wordt wat de beeldhouwer heeft willen uitdrukken met dit beeldje op deze plaats.

Van de zomer liepen we in Italië langs een oude kerk en uit de toren groeide een flinke boom! Dat was heel opvallend en ik maakte er een foto van. Maar er kwam ook direct in mijn gedachten een beeld bij. Nu moet ik zeggen dat ik altijd in beelden denk . Vroeger in mijn gemeente probeerde ik dat de catechisanten te leren! Ik vroeg hen om , b.v. onderweg naar school, iets te zien wat in verband was te brengen met God of met geloven :”kleine gelijkenisjes maken” noemde ik dat.. Soms ook gaf ik hun een stapeltje foto’s waaruit ze iets moesten zien te verbinden met het geloof.

Verdriet is op zich zelf onzichtbaar.  Wat een ander daarvan ziet, dat zijn je tranen.   Een vriend ziet de tranen en weet nu dat jij verdriet hebt.  Door “er bij te zijn” probeert hij je tranen te drogen en daarmee helpt hij je onzichtbare pijn te verzachten.

­