­

"Wij geloven dat vanuit de liefde

Gods elk mens waardevol is"

Gemeente van Jezus Christus,   

Het sleutelwoord in de lezing van vanmorgen is gezag. Hoe kom je daaraan. Niet meer zoals vroeger door je positie, door je status. Artsen, dominees, notarissen, het zijn beroepen als andere beroepen. Politiemensen bij uitstek gezagsdragers hebben het moeilijk om hun werk met gezag uit te oefenen. Je moet je gezag in onze tijd verdienen. Sommige mensen hebben het gemakkelijk doordat ze het van nature uitstralen. Is Jezus van Nazareth er zo een?  Nou dan werkt dat Nazareth om te beginnen al niet mee. Want dat was een gat dichtgeplakt met krantenpapier. Maar daar is Jezus vanmorgen niet.

Hij is in Kapernaüm, ook in de Galileastreek. Centraal daarin ligt dat meer of die zee. Daar ging het vorige week over. Jezus riep enkele discipelen aan de oever. Dat meer ligt er nog net zo bij als in de tijd van Jezus. Rondom liggen de dorpen en stadjes waar Jezus kwam. In die streek begint Jezus. Na zijn doop, na de verzoeking in de woestijn. Die twee grote momenten. Eerst de bevestiging van de hemel. De Geest die op Hem neerdaalt en de stem uit de hemel. Jij bent mijn geliefde Zoon. En direct daarna in de woestijn heeft Hij het moeilijk. Wat geliefde Zoon van God. Krijgen zal ik je. Dat is de boze, die Hem met alle geweld wil afhouden van zijn missie. Dat lukte niet. Jezus komt gelouterd uit de woestijn en gaat heel Galilea door. Hij spreekt steeds opnieuw over het Koninkrijk van God. En zijn woorden gaan erin. Zo ook in Kapernaüm vanmorgen.

Net als Paulus later zal doen, is Jezus naar de synagoge gegaan. Daar gaan de Schriften open. Daar gaat het over God. Daar komen mensen samen, rond die woorden. Dat is hier vanmorgen toch ook zo. Wij komen hier samen om iets van de andere kant te horen. Van God, een heel andere benadering van onze situatie,. Er wordt licht geworpen op ons leven, op onze situatie. Als je dat niet doet, ben je niet een minder mens, maar hier kan het wijder worden, zie je de dingen van je leven, zie je jezelf, de wereld, alles wat er gebeurt, in een ander licht, in Gods licht. In die synagoge konden de mannen (altijd mannen in die tijd) naar voren lopen, uit een boekrol lezen. Jezus doet dat ook en gaat over het gelezene iets zeggen. En de mensen weten niet wat hen overkomt. Onder de indruk, ondersteboven, perplex, dat woord is afgeleid van het Griekse woord. Je weet niet wat je moet zeggen, zo van je stuk ben je. Dat hadden ze niet als de schriftgeleerden spraken, zegt Marcus. Hoe zou dat dan geweest zijn. Hoe waren die bezig. Theoretisch? Veel te theologisch, ging het over de hoofden heen?  Hoe legden ze alles uit. Dit mag wel en dat mag niet? Dat weten we niet precies. Jezus sprak met kracht. Woord: Exousia. Komt niet zo vaak voor in het Nieuwe Testament.

Spreken met kracht, juistheid, vrijheid. Wij leven in een tijd dat wij maar weinig mensen tegenkomen die met gezag spreken. Politici b.v. Waar zijn de markante mensen van vroeger? Men moet nogal eens opstappen omdat men niet geloofwaardig is. Geld in eigen zak steekt. Sjoemelt. Voordeel haalt uit de eigen positie. Er worden nogal eens excuses gemaakt. Wereldwijd zijn er ook maar weinig echte leiders. Van wie je voelt, ze hebben gezag. Recht van spreken. Gezag dat ze zich niet hebben aangematigd maar hebben ontvangen. Exousia, volmacht. Dat je namens iemand spreekt. In Deut 18 ging het over de profeet. De Joden in ballingschap betreurden dat ze niet goed naar de profeten hadden geluisterd. Reflecteerden erop. Wat is nu een goede profeet. Die spreekt namens God. Heeft woorden van God ontvangen. Wat is een echte profeet. Als het waar is wat hij zegt, als het uitkomt staat daar. Als die woorden waar worden. Dat bewijst dat de woorden van God komen. Hier in Kapernaüm ervaren de mensen dat. Die power, die geestkracht van Jezus, komt van God. Er is ook één mens in hun midden die dat uitroept, niet anders kan dan dat uitroepen. En dat is een mens met een onreine geest.

Dat vinden wij moeilijk. Een boze. Een mens die geen controle meer heeft, die bezet is door allerlei krachten en machten die die mens regeren.  Die mens heeft totaal geen autoriteit meer. Die boze kracht heeft het in die mens voor het zeggen.. In dit oudste Evangelie komen heel veel mensen met zulke geesten voor. Dat is ons wellicht vreemd. We zouden kunnen zeggen; die komen wij niet tegen. Niet zoals hier misschien. Maar als we horen van onthoofdingen door ISIS en van zeer gewelddadige terroristische aanslagen. Dan is dat toch niet door weldenkende mensen bedacht en gedaan. Ze zijn verblind zeggen we. Maar door wie of wat dan? Is onze wereld ook niet vol met onreine, met boze geesten?  Die geest van vanmorgen moet iets. Die komt in het nauw. Die komt hier zijn meerdere tegen. Hij kan niet op tegen zoveel power, zoveel waarheid, zoveel zuiverheid, zoveel gerechtigheid. Die kan niet op tegen God. Daarom komt hij in het geweer. Gaat hij schreeuwen. Nu citeren: vs 24. Die geest weet precies wie Jezus is. De zoon van de heilige God. Een heilige. Een apart gezette, door God.. Dan gaat er iets van je uit. Geestkracht. Die vindt die geest tegenover zich. ‘Wat hebben wij met u te maken’. Het is oorlog hier. Het is die geest of de geest van Jezus…… Jezus gebiedt de geest uit die mens te gaan. Met dezelfde autoriteit van zijn spreken, met dezelfde kracht die Hij toch al heeft.  De geest gaat,  niet zomaar, stuiptrekkingen, krampen, maar hij gaat. In het Evangelie van Marcus gebeurt dit vaker zei ik al. Jezus werpt in dit Evangelie veel boze geesten uit.Het is een heel krachtenveld in dit Evangelie. In de gemeente van Rome waar dit evangelie werd gelezen voor bedoeld, zal men erdoor zijn aangesproken. Jézus heeft het opperste gezag, niet de keizer, men is daar als christen in de minderheid. Men heeft het vaak niet gemakkelijk. Maar bij Hem is autoriteit, gerechtigheid, vrijheid, waarheid, opluchting, ruimte. En dat vierden ze, elke zondag weer.

Niet op de sabbath, zoals daar in die synagoge. Dat was de dag dat mensen tot rust mogen komen, de dag dat ze bevrijding mogen ervaren. Het is bij ons de zondag geworden omdat de spreker van vanmorgen op die eerste dag zijn power  in volle glorie heeft laten zien. De dood, de machten, de krachten in deze wereld, de krachten in ons eigen leven, de dingen die we maar met moeite de baas kunnen. Ze hebben het niet voor het zeggen. De wonderen die Jezus doet, staan niet op zich. Daarom kunnen we niet vragen, waarom gebeurt dat nu niet meer. Die wonderen waren bedoeld om zijn woorden kracht bij te zetten. De woorden worden waar in de wonderen. Het zijn tékenen. zijn tekenen dáárvan. En daarom mogen wij vanmorgen vieren hier. En naar hartenlust zingen. We mogen er zijn voor anderen, voor de wereld, We mogen er zijn, ook als we in dit land tot een minderheid zijn gaan behoren. Jezus begon als minderheid. Maar mét zijn autoriteit. Op die autoriteit mogen wij een beroep doen. Uit zijn kracht mogen wij leven. Hoe kom je aan gezag. Je hebt het niet zomaar. Niet van jezelf. Jezus had het van God. Van Hem moeten wij het ook hebben. Voor ons eigen leven. In Jezus’ naam.

 Amen

­