­

"Wij geloven dat vanuit de liefde

Gods elk mens waardevol is"

Gemeente van Jezus Christus,

Jeruzalem, de Tempelberg. Als daar iets gebeurt, is het breaking news bij CNN. De hele wereld houdt de adem in. Geen enkele plaats op de wereld heeft dat effect op ons wereldbewoners. We hebben dat deze week weer gemerkt. Aan alle reacties die volgden op de jongste actie van de opmerkelijkste merkwaardigste president van de VS. Naast enkele instemmende reacties vrezen de meeste landen nieuwe golven van geweld en terreur. Nog meer haat en nijd, nog meer doden, nog grotere vijandschap.

Zo is er een enorm contrast tussen de werkelijkheid van vandaag, de beelden van het dagelijkse journaal en dat opzienbarende en vreedzame visioen van Jesaja. Een visioen, dat is een lastige zaak. In de Bijbel hebben mensen van God vaak visioenen, b.v. profeten. Profeten hebben te spreken van godswege. Niet wat in hun eigen kraam te pas komt, maar wat God hen laat zien. De ene keer voelen ze zich gedrongen woorden die ze krijgen op te schrijven. Andere keren worden woorden tot een gezicht. Krijgen ze er een plaatje bij, zou je kunnen zeggen. En dan gaan die plaatjes nogal eens over situaties die niet lijken op het leven van alledag. Ook niet in het leven van Jesaja. Hij leefde op het moment van het visioen, weliswaar in welvaart. Maar er was ook grote armoede en ontzaglijk veel sociaal onrecht. De mensen maakten liever zelf uit wat ze deden en lieten zich niet bepaald leiden door de geboden van God. Wat is het verschil met onze tijd.  En altijd was er ook de dreiging van het grote Assyrische rijk.

Het visioen van Jesaja is nauwelijks te geloven. Toch wil de God van Jesaja dat hij  zijn gezicht deelt. Zoals wij dat doen in een whats app bericht zegt God bij wijze van spreken: Jesaja, ik wil dat je dat plaatje deelt met het hele volk Israël, zodat zij het ook zien. Want het plaatje wil antwoord geven op de vraag Waarom zijn wij er eigenlijk als volk, geroepen tussen andere volken. En wat doen wij met onze roeping. Zo kan een visioen helpen om meer zicht op je uiteindelijke bestemming te krijgen. Om het met woorden van wijlen Johan Cruyff te zeggen: ‘Je ziet het pas als je het doorhebt’.

Wat laat het visioen zien. Een berg hoger dan alle andere bergen om Jeruzalem. Die berg is vast, onwrikbaar. Die berg is hoog en vast omdat het de berg des HEREN is, daar wil de HEER wonen, zingt een psalm. Daar kom je als je opgaat naar de tempel in zijn sfeer. En dat opgaan, dat is wat. Zomer 1996 was ik met een groep een maand in Jeruzalem voor studie. Een groep archeologen was bezig die enorme tempeltrappen uit te graven. We kregen er uitleg over. We zagen het hoogteverschil en ook wat er nog moest worden uitgegraven. Toen kwam je als pelgrim aan de voet van die trappen aan en dan ging je echt op tot Gods altaren. In de tijd van Jesaja stond die tempel daar, in onze tijd niet. Al wat ervan over is, is een klaagmuur[i], een overblijfsel van de tempelverwoesting van het jaar 70. In het visioen van vanmorgen gaat het om een groot moment. Het moment dat de menselijke geschiedenis geheel van God zal zijn vervuld. Het is het ultieme moment, waar alles op uitloopt. Wat zal er dan gebeuren.

Dit wonder, dat de volken zich verenigen, zich wenden naar die berg, naar de God van die berg. Naar Jeruzalem. Stad van de vrede betekent die naam. Daar kun je nu natuurlijk cynisch om lachen. Maar Psalm 122 spreekt over die vredesstad en ook al lijkt het nu niet zo, zij zal het ooit in volle glorie zijn. Dat is het wezen en de bestemming van de stad. Jeruzalem is een profetische naam. Ooit zal de hele wereld weten dat dat de stad van de vrede is en trekt men ernaar toe. Jeruzalem, het middelpunt van de wereld. En wat zoeken al die volken daar dan. Ze zoeken en vinden daar wat ze hopeloos kwijt zijn. Recht, gerechtigheid, vrede. Ze krijgen er les in, onderricht.

God zelf geeft dat onderricht. Vanaf de berg. Hij spreekt recht. Hij oordeelt, niemand hoeft er studie van te maken waar de geboden nu eigenlijk op neer komen.  Want het doen van de geboden valt dan samen met de geboden zelf. Zoals bij God zelf woord en daad samen gaan. De volken zullen luisteren, zullen omkeren, zich bekeren van hun manieren van doen en andere wegen gaan. Wegen van vrede, van duurzaamheid, van vrijgevigheid. Het is gedaan met de inhaligheid, met het gegraai. En vooral zal het met alle geweld gedaan zijn. Er zullen geen legeroefeningen meer zijn, geen trainingskampen.

 In de tuin van het gebouw van de VN in New York staat een standbeeld. Van een man die bezig is van een zwaard een ploegschaar te maken. En de woorden van Jesaja uit het visioen van vanmorgen staan erbij.  Dat de volken van deze wereld hun ​zwaarden​ zullen omsmeden tot ​ploegijzers en hun ​speren​ tot ​snoeimessen.

Het beeld is van een Russische kunstenaar. En u moet weten dat het beeld door Rusland aan de VN geschonken is in 1959. In de koude oorlog! Dat is wonderlijk. En daar zien we ook aan dat het wonderlijk kan gaan met zo’n profetie. Zo worden de volken van deze wereld met recht verenigde naties. Zijn ze niet meer verdeeld. Werken ze met elkaar samen.

Het visioen van Jesaja staat haaks op wat we hoorden uit het Lucasevangelie. Daar sidderen de volken van angst, daar zijn de tekenen van zon en maan, de zee bespringt het land en slaat ons het leven uit de hand. Wij zongen het straks en we zien het ook. Een mensheid die er maar niet in slaagt conflicten zonder geweld te beslechten, laat staan dat ze in staat is de problemen die ons allen raken gezamenlijk aan te pakken – we hebben het ergste te vrezen. In die eerste eeuw was er die kleine, vervolgde christenheid. Zij werden uitgespuugd: als ketters beschouwd binnen het Jodendom, en vaak gezien als gevaarlijke opstandelingen door de staat. Zij konden niet veel anders, dan zich gedeisd houden, het verhaal van Jezus in vertrouwde kring doorvertellen, het kaarsje brandend houden. Dat hebben ze gedaan, soms met gevaar voor eigen leven. Zij hielden de hoop levend, verwachtten zijn komst, wederkomst. Zij zouden straks het refrein van dat lied met ons mee hebben kunnen zingen: De nacht van deze wereld loopt ten einde, de dag komt naderbij.

Misschien blijft u nog zitten met deze vraag. Hoe komt nu dat die volken op het eind allemaal de focus op Jeruzalem hebben, ernaar toe trekken. Dat komt door die aansporing van Jesaja aan het eind van dat visioen: Huis van Jakob laten wij nu gaan, laten we in beweging komen, laten we voortgaan in het licht van de Heer. Voor de hele wereld -het is niet voor te stellen, is Jeruzalem dan de plaats van de oplossing, van de verlossing. Die aansporing, die opdracht geldt over de eeuwen heen vanmorgen voor ons als gemeente. Die met de gemeente van de eerste eeuw het perspectief heeft van die dag. Van die koning. Van dat rijk. Als de hele wereld in de war is, verdeeld, angstig, gedesoriënteerd. Als onze lucht vuiler is dan vuil en als de zeespiegel almaar stijgt. Dat plaatje. Dan, dan juist, worden wij vanmorgen ook aangespoord om elkaar aan te kijken en tegen elkaar te zeggen. Laten wij wandelen, laten wij leven in het licht van de Heer. Dat is een antwoord op deze vraag. Hoe zullen wij Hem ontvangen.

Amen

­