­

"Wij geloven dat vanuit de liefde

Gods elk mens waardevol is"

De scriba heeft mij gevraagd een rubriek over Orgels te verzorgen.
Ik ga dat proberen, dus u zult hier regelmatig stukjes van mijn hand aantreffen die iets met orgels te maken hebben. Maar niet alleen van mij want ik zal ook andere organisten vragen om mee te doen.

Ik begin met de eenvoudige vraag:

Orgels, hoe kwamen ze in de (protestantse) kerk?

Het antwoord is verrassend eenvoudig: Ze waren er al!
Toen de calvinisten na de reformatie de kerken van de katholieken overnamen kregen ze de orgels erbij cadeau. Maar daar zaten ze niet op te wachten. Er is zelfs een synode geweest die aan de overheid gevraagd heeft om de orgels uit de kerken weg te halen. En in sommige plaatsen heeft het tot in de 19de eeuw geduurd tot het orgel in gebruik genomen werd. (bijv.: Naaldwijk, 1831)


Hoe kwam dat zo?
Zoals veel theologen en kerkvaders in en vòòr zijn tijd wees Calvijn het gebruik van muziekinstrumenten in de kerkdienst af. Hij plaatste het in dezelfde categorie als wierook, kaarsen en andere "dwaasheden van de papisten".
Let op, Calvijn wees niet met zoveel woorden de orgelbegeleiding van de gemeentezang af. Dat was überhaupt nog niet uitgevonden en gemeentezang was een novum dat Calvijn zelf introduceerde. Op zijn initiatief werden de 150 psalmen berijmd en hij zorgde ook voor melodieën waarop ze gezongen konden worden. Maar als je geen instrumenten mag gebruiken, hoe help je dan de gemeente die nieuwe melodieën onder de knie te krijgen? Inderdaad: de voorzanger, vaak in de persoon van het schoolhoofd die dan ook nog z'n schoolkindertjes meeneemt als ondersteunende cantorij.

Maar werden die orgels dan helemaal niet gebruikt?
Niets is minder waar. Neem bijvoorbeeld Jan Pieterszoon Sweelinck in Amsterdam.
Terwijl hij op de orgelbank zat veranderde z'n kerk van katholiek naar calvinistisch (van St. Nicolaaskerk naar Oude Kerk). Maar hij speelde rustig door, en hoe! Niet meer tijdens de dienst maar wel ervoor en erna en nog dagelijks concerten. Het hielp ook dat hij inmiddels in dienst was van het Amsterdamse stadsbestuur. Dat zag het wel zitten, een goede organist, een mooi orgel, alles ter meerdere eer en glorie van de stad.

Hoe ging het inmiddels met de gemeentezang...?
Nou, van kwaad tot erger.
Eind 16de eeuw hadden diverse synode's (calvinistischer dan Calvijn) nog besloten dat orgels de kerk uit moesten. Maar even later:
"...de stemmen wijken zodanig af van elkaar, zoals vogels van diverse pluimage door elkaar heen schreeuwen. De maten zijn in strijd met elkaar zoals emmers in een waterput op en neer gaan. Er wordt zo hard geschreeuwd, alsof men elkaar eerder wil overschreeuwen dan met elkaar wil samenstemmen, kortom: ghehuyl ende geschreeuw.....".
Dit is een citaat van niemand minder dan Constantijn Huygens, de Secretaris van de Stadhouder. Hij schreef in 1641 een boek van 144 pagina's waarin hij een vurig pleidooi hield om alsjeblieft het orgel te gebruiken om de gemeentezang enigszins in goede banen te leiden.

Om een lang verhaal kort te maken, het orgel won het pleit, maar het zou nog tot de "nieuwe" psalmberijming van 1773 duren tot het kerkelijk orgelgebruik redelijk algemeen werd. En soms nog veel later zoals in Naaldwijk.
Wat hierboven beschreven is staat bekend als de "orgelstrijd".
Het zou niet de laatste strijd zijn op het kerkelijk erf.

Folkert Horst

­