­

"Wij geloven dat vanuit de liefde

Gods elk mens waardevol is"

Voor de tweede keer in korte tijd zit ik hier in het kerkje van mijn jeugd. Vandaag om afscheid van Willem te nemen, precies veertig dagen na het afscheid van zijn lieve vrouw Marie.

klokken

Het kerkje zit stampvol. Ze hebben kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Ze bereikten ook een mooie leeftijd. Marie was van 1925 en Willem van 1923.

 Eigenlijk kom ik hier tegenwoordig alleen nog maar voor afscheidsdiensten; de kerkelijke gemeente is zo klein geworden dat er niet eens meer elke zondag een dienst is.

Er is niet eens zoveel veranderd in al die jaren, zo te zien. Links en rechts naast de preekstoel nog steeds de banken voor de kerkenraadsleden, met het gezicht naar de gemeente toe. Dat was weleens een beetje jammer, want zo zag ik mijn vader nogal eens in slaap vallen halfweg de preek, soms eerder. Hij was trouwens niet de enige. Dat werd hem door niemand kwalijk genomen, we maakten er thuis wel grappen over, maar vonden het –merkwaardig genoeg- niet gênant. Hij had er voor kerktijd al minstens een halve dag opzitten; koeien moeten ook op zondag gemolken worden! Voor mijn gevoel was hij altijd “ouderling”. Mijn broer volgde hem later op.

Ik weet niet of het delven van een graf tot de taak van een ouderling behoort, maar soms deed hij dat ook. Ik mocht weleens mee en terwijl hij steeds dieper in de kuil verdween, speelde ik ondertussen op het kerkhof.

Het protestantse kerkhof ligt nog steeds aan de rand van het dorp, net als toen. Een mooie tuin met een heg eromheen, dichtbij de Rooms-Katholieke kerk. De protestantse kerk staat midden in het dorp. Als er een begrafenis is, zoals vandaag, wordt bij het uitdragen van de overledene de (protestantse) klok geluid. Vlakbij “onze begraafplaats” stond en staat een losse kerktoren van de RK-kerk, met ook een klok, die nam het luiden over als de “stoet” in het zicht kwam.

Neen, dat ging niet vanzelf! Mijn vader had de sleutel van de toren, ik zat bij hem achter op de fiets en hij zette mij bij de toren af. Drie straten verderop stond hij dan te kijken of de “stoet” in zicht kwam. Hij stak dan zijn hand naar mij op, waarop ik de toren binnenging. Als ik op m’n tenen ging staan kon ik net bij de zwarte schakelaar. Met een enorm lawaai begonnen boven m’n hoofd de klokken te luiden!

Van ver af kon iedereen het horen en ik dacht dan vol trots: “Niemand weet dat dit kleine meisje vandaag zo’n belangrijke taak had!” Ik heb nog “vlinders in m’n buik” als ik eraan terugdenk.

 Vaak dwalen tijdens “uitvaartdiensten” je gedachten af naar mensen die belangrijk voor je waren en die er niet meer zijn. Soms zijn dat droevige gedachten, maar vandaag ook een met een grote glimlach!

Jannie Koppert

­