­

"Wij geloven dat vanuit de liefde

Gods elk mens waardevol is"

Een paar weken geleden bezocht ik een andere kerk. Vanwege het ”PKN-samengaan” had deze kerk een ”update” gekregen.

anderekerk

Rondkijkend zag ik een verrassend fris interieur in een oude kerk, waar ook de oorspronkelijke delen heel goed tot hun recht komen. Veel te zien dus en ik had alle tijd; heel veel tijd eigenlijk: het is pas kwart voor negen!

Strategisch op een hoek zocht ik een plaats met goed uitzicht op de cantorij en preekstoel (een echte “houten broek” met een deurtje).

De cantorij hield zich bezig met “inzingen” en ik met het lezen van de kerkbrief. Ook hierin werd gevraagd mee te leven met zieken en herstellenden; helaas zonder adres…..

Verder was er niets te lezen, behalve mijn liedboek; noem dat maar niks! Wat een hoeveelheid bladzijden en wat zijn ze flinterdun. Met een paar klantenpasjes als bladwijzer had ik toch tamelijk snel de liederen voorgeprogrammeerd.

Er kwam iemand naast me zitten die me groette en vroeg of is “nieuw”was. Ik zei dat ik “gast” was en voor de cantorij kwam. Ze knikte en vroeg of ze mijn stoel mocht “loshaken”, ze vond het niet prettig om zo dicht tegen iemand aan te zitten. Terwijl ze mijn stoel losmaakte voegde ze me toe: “daarom ga ik ook meestal op het hoekje zitten”.

“Ik begrijp dat ik op uw plaats ben gaan zitten” zei ik verontschuldigend. “O nee, blijft u rustig zitten we hebben hier geen vaste plaatsen”.” Och ja, gewoonteplaatsen ontstaan vaak vanzelf”, antwoord ik.

Ze was van plan me wegwijs te maken in deze “andere kerk”, want ze liet me een liedboek uit de voorraad van de kerk zien waar het ‘Onze Vader’ op de laatste bladzijde (kaft dus) was ingeplakt. “Ik geef u straks mijn liedboek, als het ‘Onze Vader’ aan de beurt is, de tekst is namelijk aangepast door iemand in de gemeente….., maar ik ken het uit mijn hoofd…”

De kerk loopt vol en de koffie voor na de dienst wordt al in de zijbeuk klaar gezet.

Nog even wordt er een moeilijk lied geoefend en daarna hoor ik de dominee en ouderlingen binnen wandelen. De ‘ouderling van dienst’ heet iedereen welkom, doet wat mededelingen en zegt dat we de viering beginnen met het luisteren naar een pianostuk: ‘Meditation van Mussorgsky’.

Na deze meditatieve inleiding staat de dominee op en begint de dienst. Deze verschilt verder niet veel van de dienst in Maarn.

Voor de ‘preek’ vraagt hij de kinderen van de ‘kindernevendienst’  naar voren te komen. Het blijken er drie te zijn, uit één gezin.

De dominee heeft een schoenendoos met deksel op de tafel staan. Hij vraagt aan de kinderen of ze niet nieuwsgierig zijn naar wat er in zit. Dat blijkt niet het geval te zijn…. Hij probeert het nog eens: “Zou je niet eens in de doos willen kijken?” De oudste pakt de deksel van de doos en zegt; “een zaklamp”. “Is hij aan of uit?” vraagt de dominee. De jongen schijnt de kerk in om aan te geven dat hij aan is. Een lichtje dus en het schijnt alleen maar als er geen deksel het licht tegen houdt.

Bij het woord ‘lichtje’ begint een zeer oude dame spontaan te zingen: “Dat wij zijn als kaarsjes, brandend in de nacht”! De dominee loopt, met de handmicrofoon nog in de hand, naar de dame en zegt:” Zing het maar helemaal, ik vind het mooi!” De organist pakt het ook op door met één vinger zachtjes mee te spelen en maakt het af met een klein accoordje.

De kinderen gaan met juffrouw Margreet naar hun eigen ruimte, terwijl de oude dame blij, met lichtjes in haar ogen, rondkijkt.

De dominee klimt in de preekstoel en heeft het over “getrumpetter” in de politiek en de ‘Zaligsprekingen’ die we hebben gelezen: negen ‘Zaligsprekingen’ tegenover tien ‘Geboden’. Ik probeer het te volgen, maar ben laat naar bed gegaan, bovendien zit ik hier al dik twee uur. Ik dwaal af naar de vierendertig glas-in-loodraampjes naast de preekstoel. Ik probeer het nog eens, maar ik verlang naar “Amen” en koffie.

Het is ‘Zendingszondag’ en er volgt een voorbede door de dominee, die door een ouderling wordt overgenomen. Met ontzag en bewondering hoor ik zijn gebed: “ik ben er weer helemaal bij!” De manier waarop hij bidt zegt veel over hemzelf, hij maakt mooie overgangen naar alles waar hij voor wil bidden en danken, en dat is veel.

Dan neemt de dominee het weer over en ik voel dat mijn buurvrouw haar liedboek met aangepast ‘Onze Vader’ op m’n schoot legt, zoals ze me had beloofd.

Na de dienst vraagt iemand “hoe het was bevallen in zo’n ‘andere kerk’”. “Heel goed” zeg ik, “maar het aangepaste ‘Onze Vader’ vergeet ik maar even ………….”.

Jannie Koppert  

­