­

"Wij geloven dat vanuit de liefde

Gods elk mens waardevol is"

cassetteDeze week kwam ik, bij het opruimen van de zolder, een oud cassettebandje tegen.
Zo’n oud bandje waar je eerst, met een potlood, het bandje beter moet oprollen voor gebruik.
Gelukkig ben ik nog in het bezit van een afspeelmogelijkheid.

Op dit bandje vertelt mijn vader over de oorlog. Hoe er plotseling de dominee (Foeken) uit het dorp met twee neergeschoten piloten voor de deur stond. Ja, wat doe je dan?

Eén piloot was gewond geraakt, dus kon niet verder lopen; geen tijd om na te denken, zo snel mogelijk verbergen dus. Eerst in de schuur achter het huis, maar dat was niks natuurlijk. De Duitsers waren al aan het zoeken. De week ervoor was er nog iemand geëxecuteerd voor het verbergen van piloten. Dus gevaarlijk was het wel …..

Zo vertelt mijn vader dus, dat hij in de rol van “held” werd gemanoeuvreerd.

Heel mooi om zo plotseling de, voor mij zo vertrouwde, stem van m’n vader te horen.

Ook m’n moeder is te horen; ze vult (ook heel herkenbaar) m’n vader regelmatig aan en doet pogingen om z’n zinnen af te maken, maar hij gaat onverstoorbaar verder. Zelfs dat beluister ik met een glimlach.

In mijn gedachten zie ik hen zitten aan de keukentafel, een kleinkind dat hem interviewt voor een werkstuk over de oorlog. Hij pauzeert even want de klok slaat zeven uur (het kan erger…..). De klok, die altijd boven het harmonium hing en nu bij mij in de huiskamer.

Mijn ouders hebben gedurende de hele oorlog veel onderduikers gehad, meestal jonge kerels, die anders naar Duitsland moesten om daar te werken. Met veel van deze mensen werden vriendschappen voor het leven gesloten.

Maar die piloten, dat was toch “andere koek”, dat was een hachelijk avontuur!

Eén piloot had medische verzorging nodig, dus er moesten toch mensen van buitenaf worden bijgehaald. M’n vader vertelt hoe ze, in een blauwe werkoverall gestoken, bij hen aankwamen en hoe snel hij met een zaag naar de overloop, naast de slaapkamers liep om een doorgang naar de schuine kant onder het dak van de boerderij te zagen. Daar was plaats genoeg, de zogenaamde deur werd gemaskeerd door er een kapstok met jassen voor te hangen.

Toen mijn zusjes later bij de buren vol trots, tijdens het touwtje springen, in het Engels begonnen te tellen kwam iemand van de ondergrondse ons vertellen dat, ondanks dat de jongens zich “te pletter verveelden” ze toch beter konden stoppen met het geven van Engelse lessen….!

Het is uiteindelijk goed gekomen met “René en John”, ze zijn op den duur weer veilig thuisgekomen. De boerderij werd gevorderd door de Duitsers; Eindhoven was al bevrijd en de Duitsers zaten in het nauw en hadden honger. Op een boerderij is vaak nog wel eten te vinden.

“De jongens” werden in onze schuilkelder buiten achtergelaten en de “ondergrondsen” hebben hen verder verzorgd.

Het verhaal van m’n vader triggerde mijn gedachten zo naar m’n jeugd en ik realiseerde me dat mijn vader pas 44 jaar oud was en mijn moeder 39. Ik was net geboren…

Ik ben een “vaderskind”; nog voor dat ik ooit de oorkonde van Churchill had gezien, waar z’n echte handtekening op stond, wist ik al dat mijn vader een held was…. Mijn held!! M’n moeder natuurlijk ook; ze deden het samen, maar…. Vaders en Dochters….!

Door zijn stem weer te horen, was hij weer even heel dichtbij, gewoon zoals altijd met veel humor en de boel vooral relativeren.

Ik herinnerde me plotseling dat ik bij de laatste opruimsessie op onze zolder nog het stukje papier met de namen en adressen van de piloten in m’n handen had gehad. (Die keer dat de jongste zoon, mij, met een aantal vuilniszakken, voortvarend hielp met opruimen.) Een week lang heb ik de zolder uitgekamd, de heilige Antonius aangeroepen (ik kom uit het zuiden…). Alle boeken uitgeschud; een waar slagveld achtergelaten om in oorlogstermen te blijven. Maar, ik heb het uiteindelijk gevonden!!

Het was allemaal weer compleet: het verhaal van m’n vader, het document van Churchill en het papiertje met de namen van de jongens die zij eigenhandig in 1944 hadden opgeschreven. Voor het geval dat deze documenten weer een keer niet meer te vinden zijn, onthoud voor mij: ze liggen voor in onze trouwbijbel; die ik nog wel weet te vinden!

Deze dingen maakten mij deze week zo blij, dat ik ze graag wil delen. Emoties wervelden door mijn lichaam. Ik noem het een Godsgeschenk!

Jannie Koppert 

­