­

"Wij geloven dat vanuit de liefde

Gods elk mens waardevol is"

Je hoort of leest dit woord bijna dagelijks. Het gaat dan duidelijk niet over uw of mijn identiteit, maar over onze identiteit, onze Nederlandse identiteit, die dan vaak nader wordt aangeduid als onze Joods-Christelijke identiteit. Politici uit bepaalde hoek gebruiken deze terminologie regelmatig, om niet te zeggen te pas en te onpas. Waar gaat het dan over?

Het gaat zelden of nooit over de zogenaamde engelse ziekte, de toenemende inloed van het engels op de nederlandse taal. Vroeger hielden winkeliers regelmatig uitverkoop, tegenwoordig is het altijd en overal sale! U keek toch ook naar “The Passion” en gebruikt de computer om een e-mail te versturen of een website te bezoeken? Of de Brexit een omslag in dit taalgebruik gaat brengen lijkt niet erg waarschijnlijk.

Voor de meesten van ons is het onderwerp taal te onbelangrijk om je druk over te maken. Toch is taal wel degelijk een essentieel element van onze identiteit. Maar er is meer. Dagelijks staat onze identiteit bloot aan allerlei invloeden van buitenaf. Dat gaat sluipend, maar als je terugblikt is het zichtbaar en soms verontrustend.

Ook als het gaat over winkelsluitingstijden – het lijkt bijna logischer om te spreken van winkelopeningstijden – dan hoor je uit de eerdergenoemde hoek maar weinig over onze Joods-Christelijke identiteit. Dan is commercie en gemak belangrijker dan respect voor onze zon- en feestdagen. Hoe principieel zijn die politici en volksvertegenwoordigers dan?

Eén dezer dagen las ik een pleidooi van drie remonstrantse theologen om de Tweede Pinksterdag in te ruilen voor het Suikerfeest als nieuwe nationale feestdag. Dat is nota bene toch niets anders dan een bedreiging van binnenuit van onze Christelijke identiteit? Volgens deze theologen is de Tweede Pinksterdag een typisch Nederlands verschijnsel. Dat zij zo, maar dat maakt het dan toch juist specifiek voor onze identiteit? Dan nog liever Bevrijdingsdag als nationale feestdag, dat is zondermeer een typisch Nederlands feest!

Enige tijd geleden las ik een stukje onder de kop “Terug naar land van herkomst”. Zo'n opmerking is niet bepaald correct als het gaat om vluchtelingen die niet terug kunnen. Maar er zijn andere migranten die wel naar hun land van herkomst kunnen terugkeren.

De schrijver kan dat niet, Nederland is zijn land van herkomst, maar het bevalt hem hier soms niet meer.

Dat moet ons toch te denken geven. Je zal maar wonen in één van de grote steden waar meer dan honderd nationaliteiten wonen en waar je vaak een andere taal hoort dan het nederlands. Ik ben zelf opgegroeid in een grote stad en daar speelde ik buiten met Jan, Piet en Klaas. Nu spelen daar Ahmed en Bilal. Ik voel me daar nu een vreemde. Gelukkig woon ik in een typisch Nederlands dorp!

Cees Tiernego

­