­

"Wij geloven dat vanuit de liefde

Gods elk mens waardevol is"

Tot nu toe heb ik in mijn columns nooit plaatselijke situaties of ontwikkelingen aan de orde – of zo u wilt “aan de kaak” – gesteld. Dat is namelijk een heikele zaak. Je kan zomaar op iemands tenen gaan staan en dat probeer ik te allen tijde te vermijden. Ook lezen anderen mee. Toch zijn er wel eens zaken waaraan ik in een column aandacht zou willen besteden. Vandaar dat ik nu toch een plaatselijke situatie aan een beschouwing wil onderwerpen. Dat iemand het niet met mij eens hoeft te zijn is natuurlijk vanzelfsprekend.

In Ten Dienste van juli/augustus las ik dat de kerkenraad naar aanleiding van de viering van de startzondag speciale aandacht wil gaan schenken aan de relatie tussen Maarn en Maarsbergen om deze verbondenheid te versterken. Zoals velen weten ben ik jarenlang ambtdrager geweest in toen nog de Hervormde Gemeente. Meerdere malen was die verhouding onderwerp van overleg, met name als het om Samen op Weg ging. Het was vaak balanceren. Ik had daar ook wel eens moeite mee want ik ben kerkelijk gevormd in een pluriforme omgeving.

Ik ben namelijk opgegroeid in een grote stad, in Rotterdam, om precies te zijn op Zuid of wel op Charlois (zo zegt men het daar: op). Wij hadden daar een Hervormde Gemeente met negen wijkgemeenten en negen predikanten. Die zullen vast niet altijd op één lijn hebben gezeten. Als tiener had ik weinig belangstelling voor organisatorische zaken maar ik kan mij niet herinneren of er toen organisatorische problemen bestonden. Er waren goede afspraken gemaakt tussen bonders, confessionelen en “anderen”.  Er werd ook gerouleerd en zo kon ieder op zondag naar de eigen kerk òf predikant gaan.

Tegen bovenbeschreven achtergrond van ervaringen nam en neem ik de situatie hier ter plaatse soms met enige verbazing waar. Samen op Weg was hier een langdurig proces maar met een goede afloop. Toch zijn sommige gewoonten en verschijnselen sindsdien  slechts weinig veranderd. Vroeger kwamen hervormden en gereformeerden elkaar op zondagmorgen tegen in het tunneltje, nu kom ik op weg naar de Dorpskerk andere kerkgangers tegen op de Tuindorpweg, in tegengestelde richting. Toch, zoals destijds in de Rotterdamse situatie iedereen zich blijkbaar in die situatie kon vinden, een dergelijk model van eenheid in verscheidenheid kan hier toch ook!?

Wat mij (of ons) destijds voor ogen stond met Samen op Weg is grotendeels bereikt, maar in de beleving van anderen niet volledig. Ook als kerkenraad kan je nu eenmaal niet alles sturen. Moeten we dat eigenlijk wel willen? Is het erg als we niet alles samen doen? Veel doen we al wel samen, met Hemelvaartsdag, bidstond of dankdag gaan we nu toch met z'n allen (nou ja, allen?) naar de Dorpskerk. Laten we geen probleem zoeken waar al een oplossing voor gevonden is. Bedenk: M&M is nu eenmaal veelkleurig.

Cees Tiernego

Je hoort of leest dit woord bijna dagelijks. Het gaat dan duidelijk niet over uw of mijn identiteit, maar over onze identiteit, onze Nederlandse identiteit, die dan vaak nader wordt aangeduid als onze Joods-Christelijke identiteit. Politici uit bepaalde hoek gebruiken deze terminologie regelmatig, om niet te zeggen te pas en te onpas. Waar gaat het dan over?

Zo luidde de kop op de voorpagina van Trouw van 31 december 2016. Oei dacht ik, dat gaat gedoe geven. Vuurwerk op oudejaarsdag! En ja hoor, op 2 januari drie ingezonden reacties in de rubriek brieven, inslagen dus. Merkwaardig was het echter dat deze reacties vooral betrekking hadden op de wijze waarop Trouw was omgegaan met een interview met René de Reuver, de scriba van de PKN. Waarom? Op de voorpagina kritische reacties op dit interview, dat pas een aantal pagina's verderop was te vinden. Inderdaad de omgekeerde wereld, zo hoort het niet. Eerst woord en dan pas weerwoord.

Sinds kort hebben wij in ons land een Theoloog des Vaderlands. In die hoedanigheid werd onlangs Janneke Stegeman verkozen.

Theoloog des Vaderlands, een nogal pretentieuze titel. Eerlijk gezegd had ik verwacht (hoewel ik helemaal niet van deze verkiezing afwist) dat dit predikaat zou worden toegekend aan een of andere hoogleraar theologie van een van onze universiteiten.

Het is weer 4 en 5 mei geweest, Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. Wij hebben weer stilgestaan bij alles wat we daarmee in verband brengen. Toch vraag ik mij weleens af of het goed en terecht is om er vanalles bij te betrekken. De 4e en 5e mei zijn geen willekeurig gekozen dagen om te gedenken en te vieren, het zijn de dagen waarop jaren geleden in ons land een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog.

­